VADO kantoor3 light

Investeren met perspectief

Investeren in ondernemen
Terug naar Artikelen

VADO-CEO Aart Fortanier over de lange termijn, het familiebedrijf en de liefde voor techniek
Investeren met perspectief

Bij veel investeerders begint na de overname meteen de aftelklok te lopen: binnen vijf of zeven jaar moet er waarde zijn gecreëerd, moet het rendement zichtbaar zijn voor de nieuwe aandeelhouders en komt de volgende eigenaar alweer in beeld. Bij VADO werkt dat principieel anders; de Eindhovense investeringsmaatschappij van de familie Van Doorne heeft geen fondsstructuur en geen vooraf vastgelegd exit-moment. Sommige bedrijven zitten zelfs al decennia in portefeuille. CEO Aart Fortanier vertelt hoe die lange adem het verschil maakt: voor ondernemers, voor managementteams en voor de maakbedrijven waarin VADO investeert. “We zoeken vooral DGA’s die verder kijken dan de transactie zelf.”

Het begon met modelvliegtuigjes. Als jongen was Aart Fortanier niet tevreden wanneer zo’n toestel alleen maar vloog; hij wilde begrijpen hoe het werkte én hoe het beter kon. Die nieuwsgierige houding bleef; Aart studeerde vliegtuigbouw in Delft, werkte bij Fokker en later bij General Electric en Wavin. Verder gaf hij leiding aan een maakbedrijf in Deventer en vervolgens aan een wereldwijde groep van mkb-maakbedrijven. Toen VADO hem in 2015 vroeg als CEO, was dat een bewuste keuze: de familie Van Doorne zocht geen financiële man, maar juist iemand die de industrie van binnenuit kende. “Ik wil altijd begrijpen waarom iets werkt én of het beter kan”, zegt Aart. “Technische mensen zijn vaak direct en oplossingsgericht. Daar voel ik me bij thuis.”

Focus op maakindustrie
Aarts industriële achtergrond paste bij de koers die VADO op dat moment koos. De familie Van Doorne had de portefeuille breed zien groeien, van vastgoed en beursgenoteerde beleggingen tot venture capital en private equity. Maar één categorie sprong eruit: de maakbedrijven deden het structureel het best. Aart: “Daarom heeft de familie gezegd: laten we ons daarop concentreren.”

Aart stelde een investeringsteam samen met mensen uit de industrie zelf; niet om de zoveelste investeringsmaatschappij te zijn, maar om iets te bouwen waarin VADO echt onderscheidend kon zijn. Dat onderscheid zit niet alleen in sectorkennis, maar ook in horizon; VADO werkt niet met een fondsstructuur, heeft geen externe fondsbeleggers en hoeft bedrijven niet na vijf of zeven jaar weer te verkopen. “Klassieke private equity vult een fonds met bedrijven en maakt het ook weer leeg”, zegt Aart. “Dat heeft sterke kanten: er is sense of urgency. Zo’n horizon dwingt je keuzes te maken, tempo te houden en scherp te sturen op groei. Maar: het maakt het ook lastiger om de lange termijn in het oog te houden.” Sommige bedrijven zitten bij VADO al 25 of 30 jaar in portefeuille, schetst Aart. “Daardoor kunnen we rustiger kijken naar investeringen die pas later renderen: een complexe innovatie, een nieuw, modern pand of een strategische koerswijziging.”

Volgende stap
Bij VADO-deelneming Winterwarm, producent van luchtverwarmers voor industriële en agrarische ruimtes, kreeg die lange termijn concreet vorm. Het bedrijf investeerde enkele jaren geleden in een nieuw, zeer duurzaam pand in Winterswijk, met een ideale lay-out voor de productieprocessen en veel extra capaciteit. Dat vroeg kapitaal en aandacht, maar inmiddels betaalt die keuze zich uit. “Het bedrijf groeit weer volop”, zegt Aart. “De ruimte die toen op de groei is gebouwd, wordt nu in rap tempo gevuld. Zo’n gebouw is bovendien een fantastische magneet voor klanten en biedt de mogelijkheid om eigen innovaties in de praktijk te demonstreren.” Zo ontwikkelde Winterwarm (naast gasgestookte luchtverwarmers) hybride en elektrische varianten, waarmee de klant zijn energieverbruik en CO2-uitstoot sterk kan reduceren. Zo’n traject vraagt jaren, zegt Aart: niet alleen om de producten te ontwikkelen, maar ook om ze binnen de eigen klantenkring te bewijzen.

Ook bij BKL, leverancier van hijsgereedschappen, draaide het om ruimte voor een volgende stap. De familie achter het bedrijf kreeg steeds vaker de vraag of BKL kon meegroeien met zijn klanten, maar de benodigde investeringen overstegen de draagkracht. Onder de nieuwe aandeelhouder VADO kreeg het management meer ruimte om te ondernemen, plus het kapitaal om het pand uit te breiden en voorraden op te bouwen voor de groeiende vraag van ASML en andere semicon-klanten. Aart: “Het bedrijf verdubbelde in korte tijd qua omzet omdat de ruimte er was: financieel, maar ook in ondernemerschap.”

Familie als kompas
De lange termijn is bij VADO niet alleen een investeringsstrategie, maar ook een familietrek. De familie Van Doorne telt inmiddels meer dan negentig leden, tot in de vijfde generatie, en is nog altijd nauw betrokken, schetst Aart. “Een paar keer per jaar zien familieleden elkaar op de aandeelhoudersvergaderingen en minimaal één keer per jaar bezoeken ze een van onze bedrijven. Voor de familie is dat mooi om te zien: hoe ontwikkelen onze investeringen zich? En voor het management is het bijzonder om het verhaal van het bedrijf te kunnen vertellen aan de familie.”

De familie geeft VADO en zijn participaties veel vertrouwen om te ondernemen. Dat voert terug op het DAF-erfgoed van de familie: ondernemend, technisch georiënteerd en met oog voor de mensen achter het bedrijf. Aart: “Omdat je elkaar kent, ontstaat er vertrouwen. Daardoor heb je een heel andere relatie met je aandeelhouder dan in klassieke private equity of bij een corporate.”

Aart Fortanier: “We zoeken vooral DGA’s die verder kijken dan de transactie zelf.”

Wie past bij VADO?
Juist dat type aandeelhouderschap bepaalt ook welke ondernemers zich bij VADO thuis voelen. Aart en zijn collega’s zoeken vooral DGA’s die verder kijken dan de transactie zelf: ondernemers die willen dat hun bedrijf zijn identiteit behoudt, dat medewerkers en management perspectief houden en dat er een aandeelhouder komt die niet na een paar jaar alweer doorverkoopt. “Als een DGA dat niet belangrijk vindt, en dat is zijn of haar goed recht, dan is VADO misschien een minder passende eigenaar.”

Daarna kijkt VADO naar het bedrijf zelf. Het moet bij voorkeur een duidelijke positie hebben in een nichemarkt, vaak een relatief klein maar cruciaal deel van een veel grotere markt. “Een niche van enkele honderden miljoenen euro’s binnen een groeiende miljardenmarkt”, zegt Aart. “Daar kunnen onze bedrijven echt het verschil maken.”

Wat draag je bij?
Voor Aart zelf is er verder in deze fase van zijn carrière en leven één vraag steeds belangrijker geworden: wat draag je bij? Techniek is voor hem niet alleen een bron van ondernemerschap, maar ook een manier om aan maatschappelijke opgaven te werken. De energietransitie, onderdelen voor warmtepompen, hybride en elektrische verwarmers, defensie en veiligheid: het zijn markten waarin VADO-bedrijven concreet verschil kunnen maken. Niet met grote woorden, maar met producten, klanten en keuzes op de werkvloer. “De lange termijn klinkt abstract”, zegt Aart. “Maar uiteindelijk vertaalt zich dat gewoon in elke dag goede keuzes maken.”